ENQUETERECHT

Advocaten en advocatenkantoren enqueterecht in Nederland vinden op plaats. Enquêteprocedure, inhoud van enquêteprocedure, verloop enquêteprocedure.

enqueterecht.nl

Advocaten en advocatenkantoren

ENQUETERECHT (RECHT VAN ENQUETE)

De artikelen 2:344 tot en met 2:259 bepalen de regels over het enquêterecht (recht van enquete).

 

Binnen een vennootschap (BV of NV) kunnen uiteenlopende conflicten ontstaan. Denk aan geschillen tussen één of meer aandeelhouders enerzijds en het bestuur anderzijds of tussen aandeelhouders onderling. De situatie waarbij de aandeelhouders in een patstelling terechtkomen, zorgt voor heel bijzondere problemen. Immers, een dergelijke patstelling of dead-lock zorgt ervoor dat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders geen besluiten meer kan nemen. Hierdoor kan de onderneming die aan de vennootschap verbonden is direct in gevaar komen. De Nederlandse wet kent een expliciete oplossing voor dit probleem: de gedwongen overdracht of overname van de aandelen van één der aandeelhouders door de andere(n). Helaas is dit niet een oplossing op de korte termijn. Voordat een gedwongen overdracht of overname daadwerkelijk is geëffectueerd, gaat namelijk kostbare tijd verloren. Een probaat middel daartegen is de enquêteprocedure, die steeds meer gebruikt wordt.

 

In dit artikel beschrijven wij wat de enquêteprocedure inhoudt en hoe het in de praktijk werkt. Aan de hand van recente spraakmakende uitspraken van de Ondernemingskamer zullen wij in volgende artikelen uitdiepen wat een enquêteprocedure kan betekenen voor de rechtzoekende.

Enquêteprocedure

Een enquêteprocedure heeft formeel als doel vast te stellen of er bij een vennootschap sprake is van wanbeleid. Ook biedt het de mogelijkheid snel en doeltreffend een einde te maken aan situaties die het functioneren en het voortbestaan van de vennootschap bedreigen. Andere procedures duren vaak, zoals gezegd, te lang. De Ondernemingskamer (een onderdeel van het Gerechtshof te Amsterdam) is de gerechtelijke instantie, die moet worden aangezocht voor een enquêteprocedure. Tegen de beschikking van de Ondernemingskamer staat geen hoger beroep open. Wel kan men beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad. In haar besluitvorming heeft de Ondernemingskamer een ruimere vrijheid in het treffen van tijdelijke maatregelen (zogenaamde onmiddellijke voorzieningen) dan andere gerechtelijke instanties.

 

De Ondernemingskamer stelt zich ten doel om binnen de mogelijkheden die de wet biedt, mee te werken aan het zoeken naar pragmatische oplossingen voor problemen binnen een vennootschap. Dat de Ondernemingskamer daarvoor ook bijzonder goed is uitgerust, dankt zij onder andere aan het feit dat zij niet alleen bestaat uit drie rechters, maar ook uittwee zogenaamde ‘raden’. Hierin hebben mensen zitting uit het bedrijfsleven met kennis van en ervaring met de in het geding zijnde problematiek.


Inhoud van enquêteprocedure

Kort gezegd komt het er op neer dat de Ondernemingskamer op verzoek kan besluiten tot het aanstellen van één of meer personen voor het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap. De Ondernemingskamer zal dit verzoek toewijzen als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen. Het doel van de enquêteprocedure is het traceren van eventueel wanbeleid om dit vervolgens, door het treffen van voorzieningen te beëindigen. Hoewel niet altijd noodzakelijk, heeft het indienen van een verzoek tot het instellen van een onderzoek als hierboven genoemd, mede tot gevolg dat de Ondernemingskamer gedurende de procedure onmiddellijke voorzieningen kan treffen.


Bevoegdheid tot aanvragen van een enquêteprocedure

De bevoegdheid een enquêteprocedure aan te vragen is onder andere degene die tenminste tien procent van de aandelen of certificaten in de vennootschap houdt, dan wel rechthebbende is op een pakket aandelen of certificaten daarvan ter waarde van minimaal € 227.273,- of hiertoe op grond van de statuten van of overeenkomst met de vennootschap bevoegd is.


Verloop enquêteprocedure

Voordat kan worden overgegaan tot het indienen van het verzoekschrift bij de Ondernemingskamer dienen de bestaande bezwaren eerst schriftelijk kenbaar te worden gemaakt aan het bestuur en eventueel de Raad van Commissarissen van de betreffende vennootschap. Daarbij moet de vennootschap een redelijke termijn worden geboden om aan de bezwaren tegemoet te komen. De redelijkheid van deze termijn wordt mede bepaald door de noodzaak om maatregelen te treffen. Als niet of onvoldoende aan de bezwaren tegemoet wordt gekomen, kan het verzoekschrift aan de Ondernemingskamer worden toegezonden. Na ontvangst van het verzoekschrift biedt de Ondernemingskamer aan de vennootschap (of de andere aandeelhouders) de mogelijkheid te reageren met een verweerschrift. Vervolgens wordt een datum voor de mondelinge behandeling vastgesteld. Tijdens deze zitting kunnen partijen hun standpunten nogmaals toelichten. Ook kan de Ondernemingskamer besluiten getuigen te horen.

 

Na de mondelinge behandeling bepaalt de Ondernemingskamer of zij gegronde redenen aanwezig acht om te twijfelen aan een juist beleid. Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarbij de aandeelhouder(s) door de vennootschap, in strijd met de statuten, niet of onvoldoende bij belangrijke besluiten worden betrokken of aan hen onvoldoende informatie is verschaft. Als de Ondernemingskamer vindt dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen, benoemt zij één of meer onderzoekers. Zij stellen een onderzoek in naar het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap. Dit onderzoek kan zowel qua omvang als qua tijdsspanne beperkt worden. De vennootschap draagt de kosten van het onderzoek. Gedurende dit onderzoek kan de Ondernemingskamer vrij onmiddellijke voorzieningen te treffen. Vaak bestaan deze uit het tijdelijk benoemen van een bestuurder of commissaris of het schorsen van het stemrecht van één of meer aandeelhouders. Hiermee kan zij bewerkstelligen dat de impasse binnen de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ( voorlopig) wordt opgeheven en dat de ondernemingsactiviteiten niet onnodig stil komen te liggen.

 

Nadat de onderzoekers van de Ondernemingskamer hun onderzoek hebben afgerond en hun bevindingen hebben vastgelegd in een verslag, kan de Ondernemingskamer, indien van wanbeleid is gebleken, op verzoek van één der partijen definitieve voorzieningen treffen. Anders dan de onmiddellijke voorzieningen zijn deze definitieve voorzieningen wettelijk gelimiteerd. Zo kan de Ondernemingskamer een besluit van het bestuur, de algemene vergadering van aandeelhouders, de Raad van Commissarissen of een ander orgaan van de vennootschap schorsen of vernietigen, bestuurders of commissarissen schorsen of ontslaan, tijdelijk bestuurders of commissarissen benoemen, tijdelijk afwijken van de statuten, aandelen tijdelijk in beheer overdragen en (last but not least) de vennootschap ontbinden.

 

 

Bij haar keuze voor een bepaalde voorziening is de Ondernemingskamer niet gebonden aan wensen van de partijen. Vanzelfsprekend zal de Ondernemingskamer niet overgaan tot ontbinding van de vennootschap, indien het belang van de aandeelhouders of van de werknemers van de vennootschap, dan wel het openbaar belang zich daartegen verzetten. In de praktijk komt het regelmatig voor dat men nooit aan deze definitieve voorzieningen toekomt. Het blijkt dan dat de aandeelhouders, als gevolg van de onmiddellijke voorzieningen, zelf tot een vergelijk zijn gekomen.

 

Conclusie

 

De enquêteprocedure kan een snelle en adequate oplossing bieden voor geschillen tussen aandeelhouders. Immers, door middel van de onmiddellijke voorzieningen kunnen op korte termijn patstellingen worden doorbroken en kunnen situaties die het voortbestaan of functioneren van de rechtspersoon bedreigen, worden beëindigd.

 

Zoekt u een advocaat gespecialiseerd in Enquêterecht? Neem dan contact met ons op.

 

InformationStart Internet Concepts B.V.
Grote Markt 39 A
3111 NH SCHIEDAM
Tel. +31(0)10-4554 987
Mobile +31(0)6-51 922 582

 

ING, Schiedam, The Netherlands
Rekening nummer: 52.15.184 t.n.v. Informationstart
IBAN: NL 40 ING B000 52 15 184  (B000 : drie keer een "nul")
BIC: ING BNL2A
Kamer van Koophandel, Rotterdam, 24.37.01.67
BTW number: NL 8140.31.018.B01